Betekenis van:
middelbaar

middelbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • tussen twee grootheden in
"het middelbaar onderwijs"
"van middelbare leeftijd"

Hyperoniemen

middelbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • tussen de vroegste en de laatste fase in
"Dit is een regeling voor het middelbaar onderwijs."
middelbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • ''middelbare fout'': een maat voor de spreiding van een verdeling
"Een schatting voor de spreiding werd berekend door de middelbare fout te berekenen."
middelbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • doorsnee

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. een diploma van middelbaar onderwijs dat toegang geeft tot het hoger onderwijs, en relevante beroepservaring van ten minste drie jaar, of
  2. een diploma van middelbaar onderwijs dat toegang geeft tot het hoger onderwijs, en relevante beroepservaring van ten minste drie jaar, of
  3. De steun voor beroepsopleiding wordt niet verleend voor cursussen of stages die deel uitmaken van normale programma’s of leergangen van het middelbaar of hoger landbouw- of bosbouwonderwijs.
  4. een op integratie gericht onderwijs- en opleidingsbeleid en maatregelen die de toegang tot lager, middelbaar en hoger beroepsonderwijs aanzienlijk vergemakkelijken, onder meer door middel van leercontracten en opleidingen in ondernemerschap;
  5. Functionarissen die de kostwinnersvergoeding ontvangen en van wie de kinderen ten laste, in de zin van het bepaalde in bijlage III, schoolgaan in een instelling voor basisonderwijs, middelbaar onderwijs of hoger onderwijs [4], hebben recht op een jaarlijkse onderwijsvergoeding.
  6. Functionarissen die de kostwinnersvergoeding ontvangen en van wie de kinderen ten laste, in de zin van het bepaalde in bijlage III, schoolgaan in een instelling voor basisonderwijs, middelbaar onderwijs of hoger onderwijs [4], hebben recht op een jaarlijkse onderwijsvergoeding.
  7. basisonderwijs, middelbaar en hoger onderwijs en beroepsopleiding ter verbetering van de toegang tot het onderwijs voor alle kinderen en, in toenemende mate, voor vrouwen en mannen van alle leeftijden, om kennis, vaardigheden en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten, en aldus bij te dragen aan actief burgerschap en levenslange zelfontplooiing;
  8. Blijkens deze studie is meer dan een derde van de Europese beroepsbevolking (80 miljoen personen) laaggeschoold terwijl in 2010 voor naar schatting bijna 50 % van de nieuwe banen tertiaire kwalificaties vereist zullen zijn, voor iets minder dan 40 % hoger middelbaar onderwijs en voor slechts ongeveer 15 % basisopleiding volstaat.
  9. een strategie van levenslang leren aanneemt die doorwerkt in alle stelsels en op alle niveaus van onderwijs en opleiding, die inspeelt op de behoeften van de arbeidsmarkt en individuele personen en die het opleidingsniveau en de vaardigheden verbetert, de hervorming van het tertiair onderwijs aanvult met de hervorming van het lager en middelbaar onderwijs;
  10. overeenkomende met een studiecyclus met een totale duur van achttien à twintig jaar, waarvan gedurende ten minste negen à tien jaar basisonderwijs en lagere beroepsopleiding wordt gevolgd, met ten minste drie à vier jaar stage als leerling dan wel twee jaar middelbaar beroepsonderwijs en twee jaar leerlingstage, leidende tot een getuigschrift van handelsbekwaamheid of scholing als gezel, beroepservaring als ambachtsman voor ten minste vier jaar, verdere theoretische opleiding voor ten minste een jaar, alsook een één jaar durend studieprogramma in onderwijskunde en praktijk.”.
  11. Non-profitoverheidsinstanties, instellingen voor middelbaar en hoger onderwijs, onderzoeksorganisaties en kmo's die niet in staat zijn hun reële indirecte kosten voor de betrokken actie met zekerheid te bepalen, kunnen, wanneer zij deelnemen aan financieringsprogramma's die de in artikel 32 bedoelde activiteiten voor onderzoek en technologische ontwikkeling en demonstratie omvatten, kiezen voor een vast tarief gelijk aan 60 % van de totale directe subsidiabele kosten voor subsidies toegekend in het kader van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen die voor 1 januari 2010 worden afgesloten.
  12. De lidstaten erkennen opleidingstitels in de verloskunde die in Polen zijn afgegeven aan verloskundigen die vóór 1 mei 2004 hun opleiding hebben voltooid en welke titels niet beantwoorden aan de in artikel 40 bedoelde minimumopleidingseisen, als deze titels worden gestaafd met het diploma „bachelor” dat is verkregen op basis van een speciaal voortgezet programma zoals bedoeld in artikel 11 van de wet van 20 april 2004 inzake de wijziging van de wet op de beroepen van verpleegkundige en verloskundige en inzake enige andere rechtsbesluiten (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 30 april 2004, nr. 92, pos. 885) en de verordening van de minister van Volksgezondheid van 11 mei 2004 inzake de gedetailleerde voorwaarden voor het verstrekken van opleidingen voor verpleegkundigen en verloskundigen die in het bezit zijn van een diploma middelbaar onderwijs (eindexamen — matura) en zijn afgestudeerd aan een medische school of een instelling voor medisch beroepsonderwijs waar het beroep van verpleegkundige en van verloskundige wordt aangeleerd (Publicatieblad van de Poolse Republiek van 13 mei 2004, nr. 110, pos. 1170), teneinde na te gaan of de kennis en de bekwaamheid van de betrokken persoon op een niveau liggen dat vergelijkbaar is met dat van verloskundigen met titels die in het geval van Polen zijn vastgesteld in bijlage V, punt 5.5.2.