Betekenis van:
na

na
Bijvoeglijk naamwoord
  • dichtbij staand.
"Dit vereist een nader onderzoek."
na
Bijvoeglijk naamwoord
  • verwant
"Dit is zijn naaste familie."
na
Bijvoeglijk naamwoord
  • dichtbij staand.
"Dit vereist een nader onderzoek."
na
Bijvoeglijk naamwoord
  • verwant
"Dit is zijn naaste familie."
na
Bijvoeglijk naamwoord
  • :''Ik proef in 't zuivre morgenlicht''
na
Bijvoeglijk naamwoord
  • :''Als een nog woordeloos gedicht''
na
Bijvoeglijk naamwoord
  • :''Uw '''naë''' afwezigheid'' — Boutens
na
Bijvoeglijk naamwoord
  • :''Ik proef in 't zuivre morgenlicht''
na
Bijvoeglijk naamwoord
  • :''Als een nog woordeloos gedicht''
na
Bijvoeglijk naamwoord
  • :''Uw '''naë''' afwezigheid'' — Boutens
na
Bijwoord
  • ''te ~'' te dicht erbij, te veel in iemands vaarwater.
"Je moet hem niet te na komen, dan krijg je problemen."
na
Bijwoord
  • ''te ~'' te dicht erbij, te veel in iemands vaarwater.
"Je moet hem niet te na komen, dan krijg je problemen."
na
Bijwoord
  • nakijken: ''hij keek het huiswerk '''na'''''
na
Bijwoord
  • erna: ''hij heeft er weinig '''na''' weten te bereiken''.
na
Bijwoord
  • nakijken: ''hij keek het huiswerk '''na'''''
na
Bijwoord
  • erna: ''hij heeft er weinig '''na''' weten te bereiken''.

Voorbeeldzinnen

  1. Zondag komt na zaterdag.
  2. Na ons de zondvloed.
  3. Na regen komt zonneschijn.
  4. Na regen komt zonneschijn.
  5. Na zondag komt maandag.
  6. Denk even na.
  7. Denk er eens over na.
  8. Planten groeien snel na regen.
  9. Ik speel tennis na school.
  10. Drie mensen worden vermist na de overstroming.
  11. Velen verloren hun huis na de aardbeving.
  12. Na het voorgerecht komt het hoofdgerecht.
  13. Ik poets mijn tanden na het ontbijt.
  14. Ze speelt elke dag tennis na school.
  15. Hij werd gediskwalificeerd na een valse start.