Betekenis van:
nis

nis (de ~ | meervoud nissen)
Zelfstandig naamwoord
  • uitholling in een wand, bestemd om daarin iets te plaatsen
"in een nis staan"

Hyperoniemen

nis
Zelfstandig naamwoord
  • een inham in een muur
"Ze had het kostbare beeldje in een nis gezet."

Voorbeeldzinnen

  1. Noorwegen (NIS)
  2. het Noorse internationale scheepsregister (NIS).
  3. Ieder deel van een nis dat buiten deze grenzen ligt, mag worden beschouwd als een trap overeenkomstig punt 6.
  4. .4 Indien een hoofddwarsschot van een nis is voorzien, dan wel trapsgewijs inspringt, moet het, ter bepaling van de waterdichte indeling, worden vervangen door een denkbeeldig gelijkwaardig vlak schot.
  5. .3 In een hoofddwarsschot mag een nis voorkomen, mits alle delen van deze nis binnenwaarts zijn gelegen van vlakken die aan beide zijden van het schip loodrecht op het vlak van de hoogst gelegen indelingslastlijn worden gedacht en die op een afstand van de huidbeplating liggen, gelijk aan een vijfde van de scheepsbreedte, waarbij die afstand loodrecht op het vlak van kiel en steven ter hoogte van de hoogst gelegen indelingslastlijn wordt gemeten.