Betekenis van:
noemen
noemen
Werkwoord
- met een naam aanduiden
"Hoe noem je zo'n plant?"
noemen
Werkwoord
- vermelden door het uitspreken van de naam
"In het bijzonder zou ik Jacob willen noemen, die zich afgelopen jaar ongelooflijk hard voor ons heeft ingezet."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Ze noemen hem Jim.
- Mensen noemen hem Dave.
- Mijn vrienden noemen me Ken.
- Wij noemen New York "the Big Apple".
- "LGBT-gemeenschappen over de hele wereld noemen je een 'held' en zeggen dat je opzettelijk vals beschuldigd bent," legde Al-Sayib uit. "Maar de ordehandhavingsorganisaties bestempelen je allemaal als een medogenloos moordenaar. Welk van die twee ben je, Dima?"
- (hierna gezamenlijk „ECB-werknemers” te noemen).
- (hierna „PB 1165/1963” te noemen).
- DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna „de Gemeenschap” te noemen,
- (hierna gezamenlijk „deelnemers aan de besluitvormende organen te noemen”), en
- (Alleen onderwerpen noemen waarvoor een EG-typegoedkeuring bestaat)
- Er wordt een Europese Bestuursschool opgericht, hierna „school” te noemen.
- vissersvaartuigen van de Gemeenschap, hierna „vaartuigen van de Gemeenschap” te noemen, en tevens
- Er wordt een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators, hierna „het agentschap” te noemen, opgericht.
- In hun antwoordbrief van 19 juli 2006 noemen zij naar de vogelgriep een buitengewone gebeurtenis.
- Een lastenverlichting van 270000 NOK is in dit verband niet echt aanzienlijk te noemen.