Betekenis van:
noorden

noorden (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • één v.d. vier windstreken
"uit het noorden"
"in het noorden"

Hyperoniemen

noorden
Zelfstandig naamwoord
  • een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de bovenkant

Voorbeeldzinnen

  1. De wind komt uit het noorden.
  2. Italië grenst in het noorden aan Zwitserland.
  3. Bewakers van het Noorden
  4. In het noorden ligt Schotland, in het zuiden Engeland, in het westen Wales, en nog verder naar het westen Noord-Ierland.
  5. Noorden
  6. Deelstaat Noordoost-Shan (Noorden)
  7. Noorden - Deelstaat Kachin
  8. Deelstaat Noordoost-Shan (Noorden)
  9. Noorden, geb. 2.3.1951, Rangoon/Yangon
  10. Noorden, geb. 02.03.1951, Rangoon/Yangon
  11. Noorden, geb. 2.3.1951, Rangoon/Yangon
  12. 120 ten noorden van 60o
  13. 200 ton ten noorden van 60o Z.B.
  14. gebied ten noorden van de A4
  15. Ten noorden van 56° 30′ N.