Betekenis van:
ongehuwd
ongehuwd
Bijvoeglijk naamwoord
- niet getrouwd
"burgerlijke status: ongehuwd"
"een ongehuwde moeder"
Synoniemen
ongehuwd
Bijvoeglijk naamwoord
- niet in het huwelijk getreden
Voorbeeldzinnen
- Mijn zusters zijn allebei ongehuwd.
- Ongehuwd
- ongehuwd
- ongehuwd
- Ongehuwd
- Indien het overleden personeelslid ongehuwd was, worden deze kosten aan zijn rechtverkrijgenden vergoed.
- (facultatief) burgerlijke staat: ongehuwd; gehuwd (met inbegrip van geregistreerde partners); weduwnaar/weduwe en niet hertrouwd (met inbegrip van achtergebleven geregistreerde partners); gescheiden en niet hertrouwd (met inbegrip van scheidingen van tafel en bed en ontbonden geregistreerde partnerschappen);