Betekenis van:
ongehuwd

ongehuwd
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet getrouwd
"burgerlijke status: ongehuwd"
"een ongehuwde moeder"

Synoniemen

ongehuwd
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet in het huwelijk getreden

Voorbeeldzinnen

  1. Mijn zusters zijn allebei ongehuwd.
  2. Ongehuwd
  3. ongehuwd
  4. ongehuwd
  5. Ongehuwd
  6. Indien het overleden personeelslid ongehuwd was, worden deze kosten aan zijn rechtverkrijgenden vergoed.
  7. (facultatief) burgerlijke staat: ongehuwd; gehuwd (met inbegrip van geregistreerde partners); weduwnaar/weduwe en niet hertrouwd (met inbegrip van achtergebleven geregistreerde partners); gescheiden en niet hertrouwd (met inbegrip van scheidingen van tafel en bed en ontbonden geregistreerde partnerschappen);