Betekenis van:
onschuld
onschuld
Zelfstandig naamwoord
- argeloosheid.
"Wat een kinderlijke onschuld, zeg!"
onschuld
Zelfstandig naamwoord
- de staat dat iemand geen kwaad gedaan heeft
"Hij was de hele tijd zijn handen in onschuld aan het wassen."
onschuld (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- het geen schuld hebben aan iets
"de beledigde onschuld spelen"
"je handen in onschuld wassen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Dit kaderbesluit laat de verplichting om de grondrechten en de fundamentele beginselen, met inbegrip van met name het vermoeden van onschuld, zoals vervat in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te eerbiedigen, onverlet.
- De Europese Raad onderstreepte het feit dat de routekaart niet uitputtend is, door de Commissie uit te nodigen te onderzoeken welke minimale procedurele rechten verdachten en beklaagden verder kunnen worden toegekend, en te beoordelen of andere vraagstukken, bijvoorbeeld het vermoeden van onschuld, dienen te worden aangepakt om op dit gebied tot een betere samenwerking te komen.