Betekenis van:
ontduiken

ontduiken
Werkwoord
  • door zich te bukken, aan iets ontkomen
"Hij wist den aansnorrenden pijl te ontduiken."
ontduiken
Werkwoord
  • aan gevaren of onaangenaamheden weten te ontkomen
"Om de dagelijkse file op de A44 te ontduiken kunnen automobilisten bij het transferium hun auto parkeren en verder gaan met de bus over een nagenoeg vrije busbaan."
ontduiken
Werkwoord
  • zich aan een verplichting weten te onttrekken
"Vrouwen mochten aan de oude Griekse wedstrijden niet deelnemen. Toch probeerde men dit verbod wel eens te ontduiken, zoals blijkt uit het verhaal van een vrouw, die vermomd als trainer naar het boksen van haar zoon ging kijken."
ontduiken
Werkwoord
  • ''(om een onderwerp)'' ontsnappen
"Den dood toch kan niemand ontduiken; want wij moeten allen, vroeger of later."
ontduiken
Werkwoord
  • door onder iets te schuilen zich tegen zonnestralen vrij te waren