Betekenis van:
onverenigbaar

onverenigbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet verenigbaar
"onverenigbaar met iets zijn"
"de doelstellingen zijn onverenigbaar"

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. De rest van de steun is onverenigbaar.
  2. Steun buiten dit kader is derhalve onverenigbaar.
  3. De steunmaatregelen zijn met de richtsnoeren onverenigbaar.
  4. De steunmaatregel zou daarom dus onverenigbaar zijn.
  5. Deze steun is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
  6. Deze voorschotten zijn dus onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
  7. De steun is derhalve onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
  8. is 3311863 EUR onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
  9. De betrokken steunregeling is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
  10. De regeling leek dan ook onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
  11. Dit gedeelte is derhalve onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
  12. de woorden „onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt” worden gelezen als „onverenigbaar met de werking van de EER-Overeenkomst”;
  13. Zij zijn derhalve onverenigbaar met de interne markt.
  14. De aangemelde steun is derhalve onverenigbaar met het Verdrag,
  15. De beweegredenen voor de verwerping mogen niet onderling onverenigbaar zijn.