Betekenis van:
onweer

onweer (het ~ | meervoud onweren, onweers)
Zelfstandig naamwoord
  • weer met bliksem en donder
"het onweer barst los"
"hevig/zwaar onweer"

Hyperoniemen

onweer
Zelfstandig naamwoord
  • regenbui, die gepaard gaat met donder en bliksem
"Het onweer hangt hier nu al een uur, en het blijft maar bliksemen."
onweer
Werkwoord
  • gebiedende wijs van onweren

Voorbeeldzinnen

  1. Onder „mistlicht voor” verstaat men een licht dat dient voor een betere verlichting van de weg bij mist, sneeuwval, onweer of stofwolken.