Betekenis van:
onweerlegbaar

onweerlegbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet te weerleggen; bikkelhard
"een onweerlegbaar bewijs"
"iets onweerlegbaar aantonen"

Synoniemen

Hyperoniemen

onweerlegbaar
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet te weerleggen; erg stellig; niet te betwisten; onweerlegbaar
"een onweerlegbaar bewijs"
"iets onweerlegbaar aantonen"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Het feit dat niet de hoogste bieder de gunning heeft verkregen, is op zich geen onweerlegbaar bewijs voor steun.
  2. Er is onweerlegbaar bewijs dat aantoont dat deze exporteurs meer dumpten dan degenen die meewerkten bij het onderzoek.
  3. Op basis van de gegevens waarover de Commissie beschikt, valt niet onweerlegbaar vast te stellen dat de aanleg van een nieuwe zuidbaan economisch de voordeligste oplossing was.
  4. Niettemin beschikt de Commissie in onderhavige zaak niet over voldoende gegevens om onweerlegbaar aan te tonen dat op basis van deze vernieuwende stelling sprake is van staatssteun.
  5. Bovendien hebben de Italiaanse autoriteiten het rechtstreekse verband tussen de verminderde inbreng van de bedrijven of de leden van de coöperaties als gevolg van de catarrale schapenkoorts en de in diezelfde periode geleden inkomstenverliezen niet duidelijk en onweerlegbaar aangetoond.
  6. Deze conclusie, die echter vanuit statistisch oogpunt door een gebrek aan voldoende vergelijkende transacties zeker niet onweerlegbaar kan worden geacht, maakt bovendien de bewering van Duitsland dat een derdenbelang door de onbepaalde looptijd niet in een ander soort kapitaalinstrument verandert, zoals BdB wel heeft beweerd, aannemelijker.
  7. Bij het gebruiken van een steekproef om dumping vast te stellen, is het gebruikelijk dat de Commissie vervolgens onderzoekt of er onweerlegbaar bewijs is dat aantoont of alle ondernemingen die niet waren opgenomen in de steekproef wel of niet daadwerkelijk gebruik maakten van dumping bij het invoeren van hun producten op de communautaire markt gedurende het OT.