Betekenis van:
oogheelkunde
oogheelkunde (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- tak v.d. wetenschap mbt. de ogen
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- OOGHEELKUNDE/OFTALMOLOGIE
- Oogheelkunde/Oftalmologie
- Geneesmiddelen voor oogheelkunde
- Op het gebied van de oogheelkunde
- Instrumenten, apparaten en toestellen voor de oogheelkunde
- andere instrumenten, apparaten en toestellen voor de oogheelkunde
- Alternatieven: Ciprofloxacine, cefamandol, gewoonlijk in de oogheelkunde gebruikte antibiotica.
- Doel: Behandeling van ooginfecties die resistent zijn voor de gewoonlijk in de oogheelkunde gebruikte antibiotica.
- de besturing van de machine is beperkt tot het gebruik van "programmatuur" op het gebied van oogheelkunde voor de gegevensinvoer van de werkstukprogramma's; en
- In tegenstelling tot de gewoonlijk in de oogheelkunde gebruikte antibiotica moet ofloxacine uitsluitend worden gebruikt als een reserveantibioticum voor individuele gevallen.
- CPA 32.50.13: Spuiten, naalden, katheters, canules en dergelijke; instrumenten, apparaten en toestellen voor de oogheelkunde of voor andere medische specialismen, n.e.g.