Betekenis van:
oosten
oosten (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- één v.d. vier windstreken
"ten oosten van [Groningen]"
"op het oosten (liggen/staan)"
Hyperoniemen
oosten (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- gedeelte van een plaats, land, van de gezichtseinder dat gelegen is aan de kant van die windstreek
"de Wijzen uit het Oosten"
"in het oosten"
Hyperoniemen
oosten
Zelfstandig naamwoord
- een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de rechterkant
"De zon komt op in het oosten."
Voorbeeldzinnen
- Mijn kamer kijkt uit op het oosten.
- Licht uit het oosten
- De professor hield een college over het Midden-Oosten.
- De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen.
- Culturen uit het Oosten en het Westen ontmoeten elkaar in dit land.
- Chabarovsk is één van de grootste steden in het verre oosten van Rusland.
- Het merendeel van de mensen die met een vork eten, woont in Europa, Noord-Amerika en Latijns-Amerika; mensen die met stokjes eten, wonen in Afrika, in het Nabije Oosten, in Indonesië en in India.
- Mensen die met een vork eten, wonen voornamelijk in Europa, Noord-Amerika en Latijns Amerika; mensen die met stokjes eten, wonen in Oost-Azië, en mensen die met hun vingers eten wonen in Afrika, het Nabije Oosten, Indonesië en India.
- Kurkuma is in het Oosten bekend sinds de oudheid en wordt al lange jaren door de Indiërs als kruid gebruikt.
- Midden-Oosten.”.
- Verre Oosten
- Schotland (Oosten)
- Engeland (Oosten)
- Midden-Oosten.
- Nabije en Midden–Oosten