Betekenis van:
opdracht

opdracht (de ~ | meervoud opdrachten)
Zelfstandig naamwoord
  • eerbewijs
"een opdracht aan [zijn ouders]"

Synoniemen

Hyperoniemen

opdracht (de ~ | meervoud opdrachten)
Zelfstandig naamwoord
  • bevel om iets te doen; bevel tot uitvoering van iets
"een opdracht krijgen"
"een zware opdracht"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

opdracht
Zelfstandig naamwoord
  • een te verrichten werk
"Jullie krijgen voor morgen drie opdrachten mee."

Voorbeeldzinnen

  1. Heb je je opdracht al gemaakt?
  2. Opdracht
  3. Opdracht Uitrusting
  4. Opdracht tot overboeking
  5. Vorm van de opdracht.
  6. Omschrijving van de openbare opdracht
  7. „betalingsopdracht” (payment order): een opdracht tot overboeking van gelden, een opdracht tot overboeking van liquiditeiten of een incasso-opdracht;
  8. OPRICHTING, OPDRACHT EN TAKEN VAN HET AGENTSCHAP
  9. Werken in opdracht geven en uitvoeren
  10. De economische landbouwcomités — Samenstelling, opdracht en financiering
  11. informatie over de te verrichten opdracht
  12. „opdracht voor leveringen”: een andere opdracht dan een opdracht voor werken die betrekking heeft op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten.
  13. De Commissie geeft opdracht tot het uitvoeren van externe studies.
  14. Berekening van de geraamde waarde van een opdracht
  15. rapporteren zij over hun opdracht enkel aan het bestuur;