Betekenis van:
opereren

opereren
Werkwoord
  • aan een chirurgische ingreep onderwerpen
"Zij moest geopereerd worden."
opereren
Werkwoord
  • acties uitvoeren, optreden
"Zij opereerden niet aan de andere kant van de rivier."

Voorbeeldzinnen

  1. opereren in de territoriale of binnenwateren van derde staten,
  2. ontworpen om gedurende tien uur of meer 'autonoom te opereren';
  3. De nationale veiligheidsinstanties moeten in sterke mate onafhankelijk opereren.
  4. ontworpen om ’autonoom te opereren’ en met een hijsvermogen van:
  5. De Wet levert een voordeel op voor veel ondernemingen die op de energieproductiemarkt opereren.
  6. marine- en hulpschepen die de vlag van een lidstaat voeren en in volle zee opereren.
  7. Dat geldt wel voor de groeperings/koeriersdiensten van Sernam die in stagnerende of slinkende marktsegmenten opereren.
  8. De bank zal gaan opereren op basis van gestandaardiseerde producten en een doorgedreven automatisering.
  9. Die winstmarge komt overeen met het minimumniveau voor een bedrijf om zonder verlies te opereren.
  10. De hiertoe ingezette troepen opereren overeenkomstig het door de Raad goedgekeurde algemene concept.
  11. tot 1 januari 2012 voor in de bijlage opgenomen schepen die uitsluitend op Grieks grondgebied opereren;
  12. Zij zijn nodig en moeten kunnen opereren en samenwerken op Europees niveau.
  13. Verder kon een industriële onderneming opereren in een vrijhandelszone waar geen vergunning krachtens voornoemde wet vereist is.
  14. Deze steunmaatregel is namelijk bedoeld om het FPAP in staat te stellen om op de relevante futuresmarkten te opereren.
  15. Controles door de bevoegde autoriteiten kunnen worden bemoeilijkt doordat de vervoerders vrij in de verschillende lidstaten kunnen opereren.