Betekenis van:
opeten

opeten
Werkwoord
  • etend opmaken; opeten; opeten; opeten
"de groente (met veel smaak) opeten"
"iets met huid en haar opeten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

opeten
Werkwoord
  • helemaal opmaken
"Zo eet je heel ons budget op!"
opeten
Werkwoord
  • door eten opmaken

Voorbeeldzinnen

  1. Ik wil het opeten.
  2. Je moet het niet opeten.