Betekenis van:
opium
opium (de/het ~)
Zelfstandig naamwoord
- bepaalde verdovend middel
"opium schuiven/roken"
"het opium van het volk"
Hyperoniemen
opium
Zelfstandig naamwoord
- het ingedroogde melksap van de opiumpapaver of slaapbol (''Papaver somniferum''), een pijnstillend, verdovend en verslavend middel
Voorbeeldzinnen
- Religie is het opium van het volk.
- Religie is het opium van het volk.
- sappen en extracten van opium, van GN-code 13021100,
- Zoethoutextract (drop), pyretrumextract, hopextract, aloë-extract en opium worden aangemerkt als plantensappen en plantenextracten, bedoeld bij post 1302.
- Plantaardige alkaloïden, alsmede zouten, ethers, esters en andere derivaten daarvan (excl. opium- en kina-alkaloïden, cafeïne, efedrinen, theofylline en aminofylline, alkaloïden van moederkoren)