Betekenis van:
opium

opium (de/het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde verdovend middel
"opium schuiven/roken"
"het opium van het volk"

Hyperoniemen

opium
Zelfstandig naamwoord
  • het ingedroogde melksap van de opiumpapaver of slaapbol (''Papaver somniferum''), een pijnstillend, verdovend en verslavend middel

Voorbeeldzinnen

  1. Religie is het opium van het volk.
  2. Religie is het opium van het volk.
  3. sappen en extracten van opium, van GN-code 13021100,
  4. Zoethoutextract (drop), pyretrumextract, hopextract, aloë-extract en opium worden aangemerkt als plantensappen en plantenextracten, bedoeld bij post 1302.
  5. Plantaardige alkaloïden, alsmede zouten, ethers, esters en andere derivaten daarvan (excl. opium- en kina-alkaloïden, cafeïne, efedrinen, theofylline en aminofylline, alkaloïden van moederkoren)