Betekenis van:
opleggen

opleggen
Werkwoord
  • verplichten tot
"iemand een verbod/straf opleggen"
"iemand het zwijgen opleggen"

Hyperoniemen

opleggen
Werkwoord
  • . een liggende plaats geven op iets anders
"We hebben een nieuwe band opgelegd."
opleggen
Werkwoord
  • . ''~ met'' een laag sierhout aanbrengen op een minder edele ondergrond
"Dexe tafel is opgelegd met mahonie."
opleggen
Werkwoord
  • ''iemand iets ~'': iemand aan een dwangmaatregel onderwerpen
"Hij kreeg een boete van driehonderd dollar opgelegd."