Betekenis van:
opstel

opstel (het ~ | meervoud opstellen)
Zelfstandig naamwoord
  • verhandeling; wetenschappelijk of literair betoog
"een opstel maken/schrijven"
"een opstel over [iets]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

opstel
Zelfstandig naamwoord
  • een korte en schriftelijke beschouwing van iets
"Van die toneelvoorstelling moet ik een opstel schrijven."
opstel
Zelfstandig naamwoord
  • een oefening in het onderwijs waarin een opgegeven of gekozen onderwerp volledig behandeld wordt
"Het huiswerk voor morgen is een opstel schrijven over kauwgomgebruik in de school."

Voorbeeldzinnen

  1. In dit opstel vergelijk ik de volksverhalen van Duitsland en Nederland.
  2. Minimumlengten van reizigersperrons, opstel- en rangeerspoor
  3. De lengte van opstel- en rangeerspoor mag voor maximale treinlengten 225 m bedragen.
  4. lengte van opstel- en ander spoor voor zeer lage snelheden (4.2.25),
  5. om strategische simulaties en capaciteitsstudies (bijvoorbeeld netwerkanalyses, definities van rangeerterreinen, alsmede dienst-, opstel- en andere sporen of rollendmaterieelplanningen) uit te voeren maar bovenal
  6. Het verticale alignement van de opstel- en dienstsporen mag geen topbogen bevatten van minder dan 600 m en geen dalbogen van minder dan 900 m.
  7. De nuttige minimumlengte van de reizigersperrons alsmede opstel- en rangeerspoor op de spoorwegnetten van de Ierse Republiek en Noord-Ierland op hogesnelheidslijnen is vastgesteld op 215 m.