Betekenis van:
opticien
opticien (de ~ | meervoud opticiens)
Zelfstandig naamwoord
- iemand die brillen aanmeet en verkoopt
Synoniemen
Hyperoniemen
opticien
Zelfstandig naamwoord
- iemand die kundig is in de optica
Voorbeeldzinnen
- opticien („opticien”);
- opticien („optometrist”),
- opticien („Augenoptiker”);
- opticien („ottico”);
- opticien („Optiker”);
- opticien („dispensing optician”);
- opticien („τεχνικός oπτικός”),
- Het land heeft verzocht om het beroep opticien („optometrist”) uit bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG te schrappen, omdat het niveau ervan is verhoogd tot het niveau van het diploma als bedoeld in artikel 11, onder d), van Richtlijn 2005/36/EG en derhalve niet langer aan de criteria van artikel 11, onder c), ii), van genoemde richtlijn voldoet.