Betekenis van:
ouderen

ouderen
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die bejaard is; hoofd; iemand voorbij middelbare leeftijd; oud iemand

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ik respecteer de ouderen.
  2. De ouderen moeten gerespecteerd worden.
  3. Dit is een probleem voor ouderen.
  4. Voor ouderen
  5. Adolescenten vanaf 12 jaar, volwassenen, ouderen::
  6. Jongeren vanaf 12 jaar, volwassenen, ouderen
  7. Adolescenten vanaf 12 jaar, volwassenen, ouderen
  8. De arbeidsparticipatie van ouderen blijft achter.
  9. De arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen blijft bijzonder laag.
  10. Het heeft een aanzienlijke toename van de deelname van ouderen bereikt in de afgelopen tien jaar en komt dicht bij het EU-doel voor ouderen.
  11. De arbeidsparticipatiecijfers van vrouwen, ouderen, jongeren en laagopgeleiden zijn bijzonder laag.
  12. Geschikte kinderopvang en geschikte zorg voor zieken, gehandicapten of ouderen niet beschikbaar of te duur
  13. Het verder verhogen van de arbeidsdeelname van vrouwen, ouderen en laagopgeleiden blijft essentieel voor Estland;
  14. Sociale alarmsystemen worden gebruikt om ouderen en gehandicapten te helpen wanneer zij in nood verkeren.
  15. thuiszorg zoals hulp in de huishouding en zorg voor kinderen, ouderen, zieken of gehandicapten;