Betekenis van:
over
over
Bijwoord
- .
"Het bad liep over."
over
Bijwoord
- voorbij, gedaan
"Hun vriendschap was voorgoed over."
over
Bijwoord
- nog resterend
"Hoeveel voedsel is er nog over?"
over
Voorzetsel
- wat betreft
"Ik schrijf een boek over mijn leven."
over
Voorzetsel
- op of langs de oppervlakte van
"De maaidorser rijdt over het landbouwlandschap."
over
Voorzetsel
- na verloop van
"Over twee maand wordt ze zestien jaar."
over
Voorzetsel
- via, langs
"Ik rijd over Luxemburg naar de Alpen."
over
Voorzetsel
- naar de andere kant van
"Om de overkant te bereiken moet men over die brug heen."
over
Voorzetsel
- meer dan
"Zij is ver over de dertig jaar oud."
Voorbeeldzinnen
- Weten ze over ons?
- Ze spraken over liefde.
- Over mijn lijk!
- Steek de straat over.
- Over m'n lijk!
- Italianen praten zelden over politiek.
- Hij weet veel over dieren.
- Dit boek gaat over China.
- Tom stak de straat over.
- Tranen liepen over mijn wangen.
- Klaagt Tom vaak over rugpijn?
- Over een week of twee.
- Waar gaat dit boek over?
- Tranen biggelden over haar wangen.
- Ik weet niets over hem.