Betekenis van:
pip

pip (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde vogelziekte
"krijg de pip!"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. „Pip Treyd” OOD
  2. „Pip Treyd” OOD
  3. In het PIP zouden er baten moeten zijn te behalen wat betreft een cultuur- en organisatieomslag, hogere investeringen in kapitaal en personeel.
  4. Om de impact van de verschillende hypothesen inzake productie en stroomtarieven op de financiële positie van BE te kunnen nagaan, heeft BE één gunstige en één ongunstige gevoeligheidsanalyse uitgevoerd, waarin telkens rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van de stroomtarieven, de baten van het PIP en prognoses inzake zakelijke zekerheden:
  5. Op basis van al deze elementen komt de Commissie tot de conclusie dat met het herstructureringsplan de problemen worden aangepakt die aan de oorsprong van BE's moeilijkheden liggen en dat dit plan, zoals in de richtsnoeren wordt geëist, is gebaseerd op realistische veronderstellingen, met name gelet op de evolutie van de stroomprijzen en de tenuitvoerlegging van het PIP.