Betekenis van:
plaatsvervanger

plaatsvervanger (de ~ | meervoud plaatsvervangers)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die werk v.e. ander overneemt; tijdelijke werkkracht; vervanging(smiddel)
"de plaatsvervanger voor/van [de havenmeester]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. als plaatsvervanger:
  2. tot plaatsvervanger:
  3. tot plaatsvervanger:
  4. als plaatsvervanger:
  5. plaatsvervanger: Alan SMYTH;
  6. plaatsvervanger: Karen AIACH;
  7. plaatsvervanger: Paolo PAOLUCCI.
  8. Dietger Niederwieser (lid) en Per Ljungman (plaatsvervanger);
  9. George Dickson (lid) en Thierry VandenDriessche (plaatsvervanger).
  10. een plaatsvervanger aangewezen door de Commissie.”.
  11. Elk lid of diens plaatsvervanger heeft één stem.
  12. Iedere lidstaat benoemt één vertegenwoordiger en één stemgerechtigde plaatsvervanger.
  13. Fabrizia Bignami (lid) en Michele Lipucci di Paola (plaatsvervanger);
  14. De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden benoemd door het TSOBG.
  15. Door de benoeming van mevrouw RYDEFJÄRD, voormalig plaatsvervanger, tot (inmiddels aftredend) lid, is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen,