Betekenis van:
plooien

plooien
Werkwoord
  • iets in losse vouwen opstapelen
"Vouw de pijpen netjes over elkaar en plooi de broek over de hanger.}}"
plooien
Werkwoord
  • rimpelen van het gezicht, veranderen van gezichtsuitdrukking
"Hij plooit zijn gezicht in een grijns."
plooien
Werkwoord
  • geschikt maken, vormen, ombuigen
"Sinds mijn overstap kan zij haar baan plooien rond mijn regelmatige bestaan als docent.}}"
plooien
Werkwoord
  • zich schikken naar
"De taal plooit zich voortdurend naar de veranderende omstandigheden."

Werkwoord