Betekenis van:
poos

poos
Zelfstandig naamwoord
  • tijdsinterval.
"Hij moest een poos wachten voordat de bus aankwam."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. De vooraf bepaalde doorstromingsdruk wordt gedurende een korte poos constant gehouden totdat van de instrumenten stabiele waarden kunnen worden afgelezen.