Betekenis van:
radiocontact

radiocontact (het ~ | meervoud radiocontacten)
Zelfstandig naamwoord
  • communicatiemogelijkheid via de radio; contact via de radio
"radiocontact verbreken"
"radiocontact maken"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Beknopte inhoud van het radiocontact:
  2. Radiocontact met het vaartuig: Ja Neen
  3. Contact/waarneming (kruis aan wat van toepassing is) Visueel Radar Radiocontact
  4. Indien nodig stelt de exploitant bijkomende eisen, rekening houdend met factoren zoals radiocontact, terrein, de aard van de start- en landingsplaatsen, de vluchtomstandigheden en ATS-capaciteit.
  5. Vat het radiocontact beknopt samen, met vermelding van door de perso(o)n(en) aan boord van het waargenomen vaartuig opgegeven naam, nationaliteit, positie.
  6. De naam van het vaartuig, de radioroepnaam, de vlag en, zo mogelijk, het registratienummer en het Lloyds/IMO-nummer, worden visueel of via radiocontact met het vaartuig vastgesteld (de bron van de informatie moet worden gerapporteerd).