Betekenis van:
rechter
rechter (de ~ | meervoud rechters)
Zelfstandig naamwoord
- iemand belast met de rechtspraak
"de militaire rechter"
"de rechtvaardige rechters"
Hyperoniemen
rechter
Zelfstandig naamwoord
- persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt
rechter
Bijvoeglijk naamwoord
- rechts
"de rechter [hersenhelft/hemisfeer/duim/wijsvinger/knie/enkel]"
"in de rechter (boven/onder)la"
rechter
Bijvoeglijk naamwoord
- aan de tegenovergestelde zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
"Ik heb hier de rechter sok, maar waar is de linker gebleven?"
Voorbeeldzinnen
- Deze rechter is niet omkoopbaar.
- Het oordeel van de rechter is definitief.
- De rechter kent het recht
- Niemand is rechter in zijn eigen zaak
- liquidatie door de rechter;
- Rechter, westelijke districtsrechtbank
- Beroep op de rechter
- plaatsing onder toezicht van de rechter, of
- Deze rechter wordt door het lot aangewezen.
- een rechter, rechtbank, onderzoeksmagistraat, openbaar aanklager, of
- Functie: Rechter bij de Districtsrechtbank Tsentralny, Minsk.
- De president wijst de rechter-rapporteur aan.
- De toegang tot de rechter verbeteren.
- TROEBNIKOV Nikolaj, rechter in het district Partizanskij van Minsk.
- Talen waarin kan worden gecommuniceerd met de rechter/rechtbank: