Betekenis van:
rechter

rechter (de ~ | meervoud rechters)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand belast met de rechtspraak
"de militaire rechter"
"de rechtvaardige rechters"

Hyperoniemen

rechter
Zelfstandig naamwoord
  • persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt
rechter
Bijvoeglijk naamwoord
  • rechts
"de rechter [hersenhelft/hemisfeer/duim/wijsvinger/knie/enkel]"
"in de rechter (boven/onder)la"
rechter
Bijvoeglijk naamwoord
  • aan de tegenovergestelde zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
"Ik heb hier de rechter sok, maar waar is de linker gebleven?"

Voorbeeldzinnen

  1. Deze rechter is niet omkoopbaar.
  2. Het oordeel van de rechter is definitief.
  3. De rechter kent het recht
  4. Niemand is rechter in zijn eigen zaak
  5. liquidatie door de rechter;
  6. Rechter, westelijke districtsrechtbank
  7. Beroep op de rechter
  8. plaatsing onder toezicht van de rechter, of
  9. Deze rechter wordt door het lot aangewezen.
  10. een rechter, rechtbank, onderzoeksmagistraat, openbaar aanklager, of
  11. Functie: Rechter bij de Districtsrechtbank Tsentralny, Minsk.
  12. De president wijst de rechter-rapporteur aan.
  13. De toegang tot de rechter verbeteren.
  14. TROEBNIKOV Nikolaj, rechter in het district Partizanskij van Minsk.
  15. Talen waarin kan worden gecommuniceerd met de rechter/rechtbank: