Betekenis van:
reflector

reflector
Zelfstandig naamwoord
  • een voorwerp dat geluid of elektromagnetische straling zoals licht terugkaatst

Voorbeeldzinnen

  1. reflector, mantel;
  2. Reflector is niet veilig bevestigd.
  3. een hogedrukkwikdamplamp met een „non-sealed beam” reflector,
  4. Projectiesysteem (reflector en lens) is defect of ontbreekt.
  5. Indien de reflector en de lens onderling verstelbaar zijn, wordt de gemiddelde instelstand gebruikt.
  6. een reflector waarop de lenzen volgens de instructies van de fabrikant kunnen worden gemonteerd.
  7. Noot:In 6A225 zijn bedoeld snelheidsinterferometers zoals VISARs (Velocity interferometer systems for any reflector) en DLI's (Doppler laser interferometers) enz.).
  8. De bijkomende test van punt 6.4.3 moet worden verricht nadat de reflector met behulp van de verstelinrichting in zijn uiterste standen is gezet (in plaats van ± 2 graden).
  9. als de koplamp voorzien is van een verstelbare reflector, de montagestand(en) van de koplamp ten opzichte van het wegdek en het middenlangsvlak van het voertuig;
  10. „lichtdoorlatend gedeelte van een verlichtingsinrichting” (de punten 2.7.9, 2.7.10, 2.7.19, 2.7.21 en 2.7.26): de orthogonale projectie van de gehele opening van de retroflector, of bij koplichten met een ellipsoïdale reflector van de „projectielens”, op een dwarsvlak.
  11. De in punt 6.4.3 bedoelde aanvullende tests moeten worden verricht nadat de reflector of de delen ervan met behulp van hun afstelinrichting in hun uiterste stand zijn geplaatst (in plaats van ze ± 2° te verplaatsen).
  12. De monsters van kunststoflenzen of materiaalmonsters moeten met de reflector waarop zij zullen worden gemonteerd (voor zover van toepassing), aan goedkeuringstests worden onderworpen in de chronologische volgorde die in aanhangsel 1, tabel A, is aangegeven.
  13. aanvullende tests worden verricht nadat de reflector met de koplampverstelinrichting ± 2° in verticale richting is verschoven ten opzichte van zijn oorspronkelijke stand, of ten minste in de uiterste stand is geplaatst als die minder dan 2° bedraagt.
  14. Schets van de kern, met aanduiding van de algemene indeling, het rooster, de vorm, de steek en de afmetingen van de kern; de reflector; de plaats, de vorm en de afmetingen van de regelelementen; de posities voor experimenten en/of bestraling.
  15. Indien de installatie-unit(s) met een verstelbare reflector is (zijn) uitgerust en uitsluitend in de in punt 2.1.3 beschreven montagestanden mag (mogen) worden gebruikt, is de aanvrager vanaf het ogenblik van de goedkeuring verplicht de gebruiker naar behoren van de juiste montagestand(en) op de hoogte te brengen.