Betekenis van:
regulier

regulier
Bijvoeglijk naamwoord
  • gangbaar; normaal; gewoon
"(de) reguliere geneeskunde/geneeswijzen/gezondheidszorg/hulpverlening"
"een regulier(e) arts/dienstverband"

Synoniemen

regulier
Bijvoeglijk naamwoord
  • van, als in een klooster

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Student of leerling die de laatste vier weken regulier onderwijs volgde