Betekenis van:
ricinusolie

ricinusolie
Zelfstandig naamwoord
  • laxerende olie

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ricinusolie
  2. Ricinusolie
  3. ricinusolie, geacetyleerd
  4. ricinusolie, gehydrogeneerd
  5. dodecaanzuur, gehydrogeneerde ricinusolie-alkylesters
  6. ricinusolie en fracties daarvan
  7. octadecaanzuur, esters met gehydrogeneerde ricinusolie
  8. isooctadecaanzuur, esters met gehydrogeneerde ricinusolie
  9. Polyglycerolesters van polygecondenseerde vetzuren uit ricinusolie
  10. Glycerolesters van gecondenseerde vetzuren uit ricinusolie
  11. Polyoxyl-gehydrogeneerde ricinusolie met 40 tot 60 oxyethyleeneenheden
  12. Polyglycerolpolyricinoleaat wordt bereid door de verestering van polyglycerol met gecondenseerde vetzuren uit ricinusolie
  13. Complex mengsel van overestering van het mengsel van vertakte 1,2,3-propaantriyl-C18-alkanoaten en het eindproduct van de gecontroleerde hydrogenatie van ricinusolie (Ricinus communis)
  14. Dierlijke en plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, doch niet verder bereid (uitgezonderd gehydrogeneerde ricinusolie, zogenaamde „opal wax” van onderverdeling 15162010)