Betekenis van:
schuldenaar
schuldenaar (de ~ | meervoud schuldenaren)
Zelfstandig naamwoord
- persoon die schuld heeft; iemand die een ander geld schuldig is; iemand die iets te leent geeft
"gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
schuldenaar
Zelfstandig naamwoord
- iemand die iets (meestal geld) aan iemand anders verschuldigd is
Voorbeeldzinnen
- Hoofdschuldenaar of hoofdelijk aansprakelijke schuldenaar …
- De schuldenaar is de aangever.
- vast te stellen wie de schuldenaar is;
- c de schuldenaar/medeschuldenaar insolvabel is.
- Actie ten aanzien van de schuldenaar
- e de schuldenaar/medeschuldenaar failliet is/invordering niet mogelijk is.
- Bij indirecte vertegenwoordiging is de persoon in wiens naam de aangifte wordt gedaan eveneens schuldenaar.
- De garantie houdt dus nauw verband met de publiekrechtelijke status van de schuldenaar.
- a Er werd contact opgenomen met de schuldenaar en om betaling verzocht op 20JJ/MM/DD.
- (Indien er verscheidene schuldenaren zijn voor dezelfde schuld, dienen de volgende gegevens te worden verstrekt voor elke schuldenaar:)
- Bij fiscaal beslag kan het belastingkantoor de activa van de schuldenaar (vorderingen en andere vlottende activa, roerend goed, vastgoed) direct verkopen.
- Indien het motorrijtuig niet kan worden geindentificeerd moet worden bepaald dat de uiteindelijke schuldenaar het hiertoe ingestelde garantiefonds is van de lidstaat van het ongeval.
- Als tegenprestatie eisen de schuldeisers zeer uitgebreide afspraken, die hun het recht geven de kredietovereenkomst voortijdig op te zeggen indien de schuldenaar in strijd met de afspraken handelt.
- In die jurisprudentie wordt het handelen van een publieke instelling geanalyseerd die betaling tracht te verkrijgen van bedragen die verschuldigd zijn door een schuldenaar in financiële moeilijkheden [30].
- Bij fiscaal beslag kan het belastingkantoor de activa van de schuldenaar (vorderingen en andere vlottende activa, roerend goed, vastgoed) direct verkopen.