Betekenis van:
schut

schut
Zelfstandig naamwoord
  • een houten afsluiting tegen water of wind
"Mag ik daar een schut plaatsen?"
schut
Zelfstandig naamwoord
  • een passage door een (schut)sluis
"En na een schut waren we op het IJsselmeer."
schut
Zelfstandig naamwoord
  • ''voor ~ zetten'' belachelijk maken
"Hij voelde zich een beetje voor schut gezet."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ze zette me voor schut voor mijn vrienden.