Betekenis van:
snoep

snoep
Zelfstandig naamwoord
  • een meestal grotendeels van suiker vervaardigde lekkernij
"Jij eet toch geen snoep voor het avondeten?"
snoep (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • lekkers, lekkernij
"een zak(je) snoep"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Snoep niet tussen de maaltijden.
  2. Ik heb liever koekjes of snoep dan alcohol, maar ik drink wel.
  3. Snoep/suikergoed
  4. „smaakspel” speelgoed waarmee kinderen snoep of gerechten kunnen maken met behulp van voedingsingrediënten zoals zoetstoffen, vloeistoffen, poeders en geur- en smaakstoffen; 26.