Betekenis van:
snoeren

snoer (het ~ | meervoud snoeren)
Zelfstandig naamwoord
  • koord
"iemand met een snoer wurgen"
"snoer zonder einde"

Hyperoniemen

snoer (het ~ | meervoud snoeren)
Zelfstandig naamwoord
  • elektriciteitsdraad
"het snoer van de televisie"

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord