Betekenis van:
spek

spek
Zelfstandig naamwoord
  • een laag vet tussen huid en vlees bij grote zoogdieren

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Als as meel en turf spek was, aten we alle dagen spekpannenkoeken.
  2. Spek (ander dan doorregen spek) en vet
  3. Omvat zowel spek als verwerkt spek.
  4. Spek (ander dan doorregen spek), alsmede varkensvet en vet van gevogelte, niet gesmolten noch anderszins geëxtraheerd, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt spek
  5. Spek (ander dan doorregen spek), alsmede varkensvet en vet van gevogelte, niet gesmolten noch anderszins geëxtraheerd, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt spek
  6. spek, varkensvet en vet van gevogelte, bedoeld bij post 0209;
  7. Het spek moet ten minste 6 maanden in de kuipen rijpen.
  8. Omvat niet: spek en andere dierlijke spijsvetten (1.5); soep en bouillon met vlees (1.5).
  9. Uit de Codex Iustiniani vernemen wij dat soldaten om de drie dagen een rantsoen spek kregen.
  10. De onderverdelingen omvatten eveneens spek dat ontdaan is van het zwoerd.
  11. Oliën, spek en andere dierlijke en niet-dierlijke spijsvetten (boter, margarine, olijfolie en andere spijsoliën)
  12. De beelden vormen de basis voor de berekening van de spek- en spierdikte volgens de tweepuntenmethode „Zwei-Punkte Messverfahren (ZP)”.
  13. Het aanbrengen van spek op de huid was eeuwenlang de enige remedie tegen deze ziekte die doeltreffend werd geacht.
  14. De hierboven beschreven geografische en klimatologische situatie creëert de ideale omstandigheden voor een natuurlijk rijpings- en conserveringsproces van het spek.
  15. 80 of meer gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, ongeacht van welke soort, spek en vet ongeacht van welke aard of herkomst daaronder begrepen, bevattend