Betekenis van:
spier
spier (de ~ | meervoud spieren)
Zelfstandig naamwoord
- elk van de actief beweeglijke weefselstrengen waarmee het geraamte van de mens en hogere diersoorten bekleed is, en die door samentrekking en strekking de beweging van de delen veroorzaken
"de spieren losmaken"
"circulaire spieren"
Hyperoniemen
Hyponiemen
spier
Zelfstandig naamwoord
- een orgaan dat door elektrische signalen gestuurd kan samentrekken
"Het opbouwen van de spieren door middel van gewichtstraining is een populaire sport."
spier
Zelfstandig naamwoord
- een algemene benaming voor een ronde, houten paal op een schip
"Deze spier is nog wel bruikbaar een mastje voor de bijboot."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Spier
- Spier
- 1000 μg/kg Spier
- 300 μg/kg Spier
- Verstuiking, verrekking, spier- en botaandoening
- Verstuiking of verrekking; spier- en botaandoening
- 200 μg robenidinehydrochloride/kg natte spier.
- Spier en huid in natuurlijke verhoudingen
- Voor vis heeft spier betrekking op „spier en huid in natuurlijke verhoudingen”.
- 8 μg monensin-natrium/kg natte lever, nieren en spier.
- 40 μg/kg Spier Vetweefsel Lever Nieren Melk GEEN
- Voor vissen heeft de MRL voor spierweefsel betrekking op „spier en huid in natuurlijke verhoudingen”
- Voor vissen heeft de MRL voor spierweefsel betrekking op „spier en huid in natuurlijke verhoudingen”
- Deze vermelding moet worden uitgebreid tot spier, huid en vetweefsel, lever, nieren en eieren van alle soorten pluimvee.
- Thiamfenicol is ook opgenomen in bijlage III bij die verordening voor spier, huid en vet, lever en nieren van varkens.