Betekenis van:
spouwen
spouwen
Werkwoord
- in lengterichting verdelen, splitsen, splijten
"Wordende ten dien eijnde de gemelte vrijeln, ende oock allen anderen, wie het soude mogen wesen voornamentlijck wel expresselijck mede gelast haere geesels (sommige van gespouwen rottangen, ende ander van touwe met cnoppen aen de eijnde gemaeckt) wegh te doen op peune van 6 realen boeten daersse na de affcundige deses door den fiscus in ijmants huijs sullen bevonden worden."
Voorbeeldzinnen
- Isolerende beglazing bestaande uit meerdere lagen met daartussen een of meer met ontvochte lucht of met gas gevulde spouwen
- Producten uit de eerste verwerking van ruw vlakglas zijn halffabricaten die worden gebruikt voor de productie van veiligheidsglas (statistische code NC 7007 — bestaand uit gehard glas of op elkaar verlijmde glasplaten) en meervoudig isolerend glas voor de bouwindustrie (statistische code NC 7008 — bestaand uit een of meer ruiten, gescheiden door een of meer spouwen gevuld met ontvochte lucht of een gas waarmee het isolerende vermogen van de beglazing tot stand wordt gebracht).