Betekenis van:
spreekuur
spreekuur (het ~ | meervoud spreekuren)
Zelfstandig naamwoord
- tijd waarop men iem. consulteren kan
"spreekuur houden/hebben"
"op het spreekuur"
Hyperoniemen
spreekuur
Zelfstandig naamwoord
- de tijd waarin een hulpverlener patiënten te woord staat
"Als je hier morgen nog last van hebt kan je maar beter op het spreekuur van je huisarts langsgaan."