Betekenis van:
spreeuw
spreeuw (de ~ | meervoud spreeuwen)
Zelfstandig naamwoord
- gespikkelde zangvogel
"één spreeuw maakt nog geen lente"
Hyperoniemen
spreeuw
Zelfstandig naamwoord
- ''Sturnus vulgaris'', een middelgrote zangvogel
"In onze buurt zijn wel spreeuwen te vinden."
Voorbeeldzinnen
- Ik heb vandaag een spreeuw gezien.
- Spreeuw
- Zwarte spreeuw
- Andamanen-spreeuw
- Bali-spreeuw