Betekenis van:
stad

stad
Zelfstandig naamwoord
  • plaats waar zeer veel mensen wonen en een groot aantal voorzieningen zijn
stad
Zelfstandig naamwoord
  • (historisch) plaats met stadsrecht.

Voorbeeldzinnen

  1. Bevalt de stad je?
  2. De slapende stad is veranderd in een levendige stad.
  3. Woon je in de stad?
  4. Rome is een Italiaanse stad.
  5. De stad was erg druk.
  6. Dit ziekenhuis wordt door de stad gerund.
  7. Ken jij de stad waar hij woont?
  8. New York is een enorme stad.
  9. New York is een grote stad.
  10. Heel de stad zit zonder elektriciteit.
  11. Ik ken niemand in deze stad.
  12. De stad was verlaten door haar inwoners.
  13. Wonen er veel mensen in jouw stad?
  14. Hij gaat de stad nooit meer bezoeken.
  15. Zwarte wolken dreven over de stad heen.