Betekenis van:
stad
stad
Zelfstandig naamwoord
- plaats waar zeer veel mensen wonen en een groot aantal voorzieningen zijn
stad
Zelfstandig naamwoord
- (historisch) plaats met stadsrecht.
Voorbeeldzinnen
- Bevalt de stad je?
- De slapende stad is veranderd in een levendige stad.
- Woon je in de stad?
- Rome is een Italiaanse stad.
- De stad was erg druk.
- Dit ziekenhuis wordt door de stad gerund.
- Ken jij de stad waar hij woont?
- New York is een enorme stad.
- New York is een grote stad.
- Heel de stad zit zonder elektriciteit.
- Ik ken niemand in deze stad.
- De stad was verlaten door haar inwoners.
- Wonen er veel mensen in jouw stad?
- Hij gaat de stad nooit meer bezoeken.
- Zwarte wolken dreven over de stad heen.