Betekenis van:
stekker
stekker (de ~ | meervoud stekkers)
Zelfstandig naamwoord
- voorwerp aan het eind van een elektrisch snoer dat in een stopcontact gestoken wordt
"de stekker in het stopcontact steken"
"balen als een stekker"
Hyperoniemen
stekker
Zelfstandig naamwoord
- het verharde uiteinde aan één of meerdere geleidende draden bedoeld om in een stekkerdoos gestoken te worden en elektrisch contact te maken
"Haal de stekker even uit het het stopcontact!"
Voorbeeldzinnen
- Stekker uitgetrokken
- Bij machines die via een stekerverbinding van elektrische energie kunnen worden voorzien, volstaat het de stekker uit te trekken, mits de bediener vanaf alle plaatsen die hij kan bereiken, kan controleren of de stekker nog steeds uitgetrokken is.
- Dit betekent dat het mogelijk is dat de gebruiker de beschermer van het stopcontact verwijdert als hij de stekker uittrekt.
- De stekker is uit het stopcontact en het product is dus niet meer met een externe stroombron verbonden.
- Een toestand waarin de stekker van het product nog in het stopcontact zit, maar de verbinding met een externe stroombron onderbroken is.