Betekenis van:
stokken
stok (de ~ | meervoud stokken)
Zelfstandig naamwoord
- lang stuk hout
"alle gekheid op een stokje"
"met de kippen op stok gaan"
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Gekloofde staken; palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd
- Gekloofde staken: palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd
- Gekloofde staken; palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd
- Gekloofde staken van ander hout dan naaldhout; palen en stokken van ander hout dan naaldhout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd
- Gekloofde staken van ander hout dan naaldhout: palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd