Betekenis van:
stokken

stok (de ~ | meervoud stokken)
Zelfstandig naamwoord
  • lang stuk hout
"alle gekheid op een stokje"
"met de kippen op stok gaan"

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Gekloofde staken; palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd
  2. Gekloofde staken: palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd
  3. Gekloofde staken; palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd
  4. Gekloofde staken van ander hout dan naaldhout; palen en stokken van ander hout dan naaldhout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd
  5. Gekloofde staken van ander hout dan naaldhout: palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd