Betekenis van:
stro

stro
Zelfstandig naamwoord
  • droge bloeistengels van graangewassen
stro
Zelfstandig naamwoord
  • gedorste korenhalm

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Stro
  2. stro
  3. Andere stro- en veevoederpersen
  4. Stro en voedergewassen
  5. Stro en kaf van graangewassen
  6. Omvat alleen hooi en stro.
  7. Stro- en veevoederpersen, inclusief opraappersen
  8. Riet-, stro-, kurk- en borstelwarenfabrieken
  9. Graanethanol (stro als procesbrandstof in WKK-installatie)
  10. Stro- en veevoederpersen, opraappersen daaronder begrepen
  11. Graanethanol (stro als procesbrandstof in WKK-installatie)
  12. Scandinavian Tyre and Rim Organisation (STRO): „Data Book”;
  13. STRO, Älggatan 48 A, nb, S-216 15 Malmö, Zweden.
  14. CPA 28.30.53: Stro- en veevoederpersen, opraappersen daaronder begrepen
  15. Het stro mag door moderne rekken worden vervangen.