Betekenis van:
struikelen

struikelen
Werkwoord
  • (bijna) vallen
"over ['een losse veter'/'een uitstekende tegel'] struikelen"
"over de [fietsen/molens/straatmuzikanten] struikelen"

Hyperoniemen

struikelen
Werkwoord
  • problemen hebben met
"over [een affaire] struikelen"
"over je woorden struikelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

struikelen
Werkwoord
  • het evenwicht verliezen doordat men met de voet verstrikt raakt
"Er stak een stuk wortelstok uit de grond en hij struikelde daarover."

Voorbeeldzinnen

  1. Risico van uitglijden, struikelen of vallen
  2. De machine moet zodanig ontworpen en gebouwd zijn dat het niveauverschil tussen de drager en de bedienende stopplaats geen risico voor struikelen oplevert.
  3. De delen van de machine waarop voorzien is dat personen zich moeten verplaatsen of staan, moeten zodanig zijn ontworpen en uitgevoerd dat deze personen niet kunnen uitglijden, struikelen of vallen.
  4. In het bijzonder moet ervoor gezorgd worden dat de naad of het hoogteverschil tussen laadvloer en laadbrug of -klep of tussen laadbrug of -klep en vloer van de losplaats niet zo groot is dat de dieren gedwongen worden te springen, dan wel gevaar lopen uit te glijden of te struikelen.”;