Betekenis van:
struikelen

struikelen
Werkwoord
  • (bijna) vallen
"over ['een losse veter'/'een uitstekende tegel'] struikelen"
"over de [fietsen/molens/straatmuzikanten] struikelen"

Hyperoniemen

struikelen
Werkwoord
  • problemen hebben met
"over [een affaire] struikelen"
"over je woorden struikelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

struikelen
Werkwoord
  • het evenwicht verliezen doordat men met de voet verstrikt raakt
"Er stak een stuk wortelstok uit de grond en hij struikelde daarover."