Betekenis van:
tandplak

tandplak (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • aanslag op de tanden; aanslag op tanden en kiezen; aanslag op de tanden
"(de vorming van) tandplak tegengaan"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Een hoge mate van tandplak is een risicofactor in de ontwikkeling van cariës bij kinderen
  2. Het is bewezen dat met 100 % xylitol gezoete kauwgum tandplak vermindert.