Betekenis van:
telescoop

telescoop (de ~ | meervoud telescopen)
Zelfstandig naamwoord
  • kijker voor astronomische waarneming
"door een telescoop"

Hyperoniemen

Hyponiemen

telescoop
Zelfstandig naamwoord
  • een optisch instrument, waarmee ver verwijderde objecten bekeken kunnen worden
"In 1655 ontdekte Christiaan Huygens met een telescoop de grootste maan van Saturnus."

Voorbeeldzinnen

  1. Met deze telescoop kun je sterren en dromen zien.
  2. Ken jij het verschil tussen een microscoop en een telescoop?