Betekenis van:
tentoonstelling
tentoonstelling
Zelfstandig naamwoord
- een uitstalling van voorwerpen om door het grote publiek bekeken te worden
"Vanaf deze week is er een tentoonstelling over de geschiedenis van Nederland, met allerlei archeologische vondsten."
tentoonstelling (de ~ | meervoud tentoonstellingen)
Zelfstandig naamwoord
- alles dat uitgestald staat; tentoonstelling van kunst; het uitstallen
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- De tentoonstelling is het bezoeken meer dan waard.
- Circus, tentoonstelling
- Registratienummer tentoonstelling
- Gezelschapsdieren Quarantaine Circus, tentoonstelling Overige
- Een certificaat voor een reizende tentoonstelling kan worden gebruikt als:
- de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden;
- In dit vak moet het registratienummer van de tentoonstelling worden ingevuld.
- „circus”: een reizende tentoonstelling of menagerie met één of meer dieren;
- In het geval van levende dieren geldt een certificaat voor een reizende tentoonstelling slechts voor één specimen.
- „reizende tentoonstelling”: een ambulante collectie specimens, circus, menagerie of plantententoonstelling die voor commerciële doeleinden aan het publiek wordt vertoond;
- Deze vrijstelling geldt slechts voor de eerste keer dat een onderneming aan een bepaalde vakbeurs of tentoonstelling deelneemt.
- een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Marokko naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;
- „Dit certificaat is alleen geldig indien het vergezeld gaat van een origineel certificaat voor een reizende tentoonstelling, afgegeven door een derde land.”.
- een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of de Faeröer naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;
- een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of IJsland naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;