Betekenis van:
titer

titer
Zelfstandig naamwoord
  • hoogste verdunning van een stof die nog werkzaam blijft
titer
Zelfstandig naamwoord
  • een onbekende concentratie nader door titratie te bepalen

Voorbeeldzinnen

  1. (T = titer)
  2. 20 seroconversiepanels/panels met lage titer
  3. Titer of potentie van de charge
  4. 15 seroconversiepanels/panels met lage titer
  5. Het eerste venstertje krijgt de helft van de titer (T/2) en de volgende een kwart van de titer (T/4), de helft daarvan (T/2), de titer (T) en tweemaal de titer (2T).
  6. Maak een reeks tweevoudige verdunningen. Het eerste venstertje krijgt een halve titer (T/2) en de volgende een kwart titer (T/4), een halve titer (T/2), een titer (T) en twee titers (2T).
  7. Aanbevolen wordt van elke nieuwe partij antilichamen de titer te bepalen.
  8. hoge WNV-IgM-titer EN detectie van WNV IgG EN bevestiging door neutralisatie.
  9. De ruwe polyklonale of monoklonale antilichamen moeten een IF-titer hebben van ten minste 1:2000.
  10. Bij het onderzoek moeten de antilichamen worden gebruikt in werkverdunningen rond de titer.
  11. Bij het onderzoek moeten de antilichamen worden gebruikt in werkverdunningen rond de titer.
  12. Het als titer (TTESTSERUM) weergegeven testresultaat voor het testserum moet worden uitgedrukt in ICFTU per ml.
  13. pneumophila serogroep 1, andere serogroepen of andere legionellasoorten: eenmalige hoge titer van specifieke serumantistoffen. Epidemiologische criteria
  14. specifieke antistofrespons voor influenza A/H5 (ten minste een verviervoudiging of een eenmalige hoge titer).
  15. De gevalideerde polyklonale antiserums hebben allemaal een IF-titer van ten minste 1:2000.