Betekenis van:
toelage

toelage
Zelfstandig naamwoord
  • een regelmatig betaalde extra som geld die iemand toegewezen krijgt
"Hij kreeg wegens zijn uitzonderlijke omstandigheid enige tijd een toelage."
toelage (de ~ | meervoud toelagen)
Zelfstandig naamwoord
  • bijdrage in levensonderhoud, gift in geld
"een toelage uitkeren"
"een toelage toekennen"

Synoniemen

Hyperoniemen

toelage (de ~ | meervoud toelagen)
Zelfstandig naamwoord
  • toeslag die boven het normale salaris wordt uitgekeerd

Hyperoniemen